|
Bandenspanning:
Als u buiten adem raakt, wordt u slap. Hetzelfde geldt voor de banden: als de juiste bandenspanning ontbreekt, gaat het contact met de weg verloren. De levensduur van de band wordt korter, want de inwendige wrijving vernielt de bande van binnen. Bovendien neemt het brandstofverbruik toe. Men kan het daarom niet vaak genoeg benadrukken: kijk vaker naar uw banden en controleer aan de benzinepomp de bandenspanning.
De juiste bandenspanning is van groot belang. De aanbevolen bandenspanning staat in de gebruiksaanwijzing van uw auto. Houd er echter rekening mee dat de bandenspanning al naargelang belastingsfactor, snelheid en bandtype verschillend kan zijn. Doe in geval van twijfel een beroep op een vakman.
Controleer uw bandenspanning regelmatig, telkens na drie tot vier weken. Daarbij ligt de nadruk op het woord "regelmatig". Als u al duidelijk ziet dat de bandenspanning te laag is, heeft u te lang gewacht. De bandenspanning moet altijd in een koude toestand van de banden nagekeken worden - na een lange rit met hoge snelheid zouden de gegevens niet correct zijn.
Schroef de ventieldoppen vast aan. Vervang de zoekgeraakte doppen onmiddellijk anders vervuilen de ventielen en zullen ze gaan lekken. Controleer rubberen ventielen op beschadiging aan de aansluiting met de velg. Vergeet het reservewiel niet. Ook hier moet de luchtdruk van tijd tot tijd nagekeken worden anders wacht u bij een pech geval een onaangename verrassing. In principe dient men de reserveband van ca. 0,5 bar meer lucht te voorzien dan de overige banden.
|